Het laatste eiland: Maui

posted in: Blogs, Hawai'i | 0

De laatste week van onze vakantie zaten we op Maui, het duidelijk meest toeristische eiland van de drie. Accommodaties zijn er schreeuwend duur, zeker in verhouding tot wat je ervoor krijgt, dus wij hebben de laatste week wederom gekampeerd. Het voordeel daarvan is dat je wel heerlijk veel in de buitenlucht bent en daardoor echt tot rust komt. Geestelijk in ieder geval, lichamelijk zijn we wel lekker actief geweest :-). Het is dan ook geen vakantie, het is een reis, hè Mirthe ;-).

Ook Maui heeft grote verschillen op één eiland. Je hebt er een (slapende) vulkaan van 3000 meter hoog, maar ook schitterende duikplekken waar je naar 30 meter diepte gaat. Duiken hebben we weer een paar dagen gedaan, bij het eiland Lana’i, en bij de Molokini Krater. Van een onderwatergrot met openingen waardoor licht naar binnen schijnt en het daardoor de kathedraal wordt genoemd tot een wand van een oude vulkaan die meer dan 90 meter de diepte in gaat. Het kan niet op tegen de nachtduik met de manta’s, maar dit waren wel veel mooiere duiklocaties dan de ‘gewone’ duiken die we op Big Island gedaan hebben.

De vulkaan, Haleakala, staat bekend om de schitterende zonsopkomst die je vanaf de top kunt zien. Vanwege het beperkte aantal parkeerplekken op de top moet je daar wel voor reserveren. We besloten dit direct de eerste dag te doen, omdat we de dagen erna zouden gaan duiken en je na het duiken 24 uur niet mag vliegen of naar hoogte mag. Vanaf de top van de Haleakala kijk je in de krater van de vulkaan, waarin je allemaal kleine kratertjes ziet liggen. Hoewel we de zon mooi op zagen komen boven de wolken, waren diezelfde wolken eerst de hele krater ingestroomd, waardoor we daar niks meer van zagen. Ons plan om een flinke wandeling in de krater te maken hebben we maar laten varen. We zijn twee dagen ná het duiken nog een keer terug gegaan (leuk hoor, twee keer in één week de wekker om 3 uur zetten :o, aangezien het bijna 2 uur rijden was naar de top en de zon hier vroeg opkomt), en gelukkig was het weer ons toen beter gezind. De krater was helemaal zichtbaar, de zonsopkomst supermooi, en de dag perfect voor een lange wandeling. We hebben een wandeling van 20 km gemaakt door de krater en genoten van het schitterende uitzicht, wat voor ons een soort mengeling van Schotland en IJsland was. Gek om je dan te realiseren dat je toch op een tropisch eiland zit.

De laatste twee dagen hebben we de beroemde ‘Road to Hana’ gereden (en weer terug :-)). Een weg van zo’n 50 kilometer dwars door de jungle met 600 haarspeldbochten waar je minstens 2,5 uur over doet (als je niet stopt). Aan de weg ligt na ongeveer iedere bocht een waterval, de een nog mooier dan de ander, en vormen de bomen naast de weg een soort natuurlijke tunnel waar je doorheen rijdt. Tel daarbij op dat je aan de andere kant constant een mooi uitzicht hebt over de zee, en je begrijpt waarom deze weg zo hoog op de toeristenlijstjes staat. En dan het liefst in een Mustang of een rode jeep natuurlijk, want het gaat ook een beetje om het showen. Wij moesten het doen met onze witte saaie huurauto, maar we hebben er niet minder om genoten. Inderdaad een supermooie weg om te rijden, en omdat wij het in twee dagen deden (veel mensen rijden de weg heen en terug op één dag, wat inclusief stops echt een enorm lange dag is dan), konden we het ook echt op ons gemak doen en genieten van al het moois. Echt een voorbeeld waar het meer gaat om de beleving en de reis zelf, dan om de bestemming, want het slaperige plaatsje Hana ligt weliswaar heel mooi, maar er valt verder weinig te beleven.

Inmiddels zijn we weer thuis, en genieten we nog na aan de hand van de foto’s. Dank voor het weer met ons meelezen en meeleven, en tot de volgende reis!

Carla & Arjen

Leave a Reply